De tweede oefening in deze les bestond uit het oefenen met 1 van de vormprincipes met textiel (knippen, scheuren, kreukelen, vouwen, rimpelen, branden, plooien, stapelen, rijgen, naaien. smocken, borduren, weven, vlechten, laten hangen , draden uittrekken, afbinden, knopen, insnoeren, frommelen, splijten (zie reader). Ik heb gekozen voor weven. Omdat ik deze techniek eventueel ook op de vakantie kon oefenen. In de les heb ik een aantal weefwerkjes gemaakt.
Met dit werkje ga ik verder: 1 kleur rood , ongelijke dikte van inlegdraden, ruimte in de draden waardoor lussen etc kunnen ontstaan.
In de vakantie periode is er niet veel van gekomen. Ik heb enkele kleine werkjes op correspondentiekaarten gemaakt.
Weven is voor mij een beetje saai. Thuis heb ik een wat vrijer weefwerk gemaakt in de kleuren wit/ ecru met de bedoeling dit weefwerk te verven. Gewoon als experiment. Ik heb geweven met katoen, zijde en synthetische materialen, met papier en tyvek. Alles is in een procionverfbad gelegd. Kijken wat het resultaat wordt. Dat maakt het spannend.
Geverfd met barnsteen. Maar het knalt er nu wel uit. Het witte weefwerk vind ik mooier. Zie zeker mogelijkheden om op deze manier weefwerk te combineren met quiltwerk.
